IPOR
Het Interprovinciaal Opperrabbinaat van Nederland, IPOR, is het Opperrabbinaat dat verantwoordelijk i IPOR heeft een ANBI status: Uw gift is aftrekbaar. IPOR
Wilt u uw nalatenschap schenken aan de Joodse Gemeenten of een donatie geven aan het IPOR, dan kunt u contact opnemen met [email protected]. Rekeningnummer: NL79 ABNA045 6577653, t.n.v.
19/08/2026
Dagboek van de Opperrabbijn, 19 augustus 2026
Ik heb besloten om vandaag te spijbelen, maar natuurlijk niet ten koste van mijn dagboek. En al peinzend over hoe ik dat moet aanpakken, werd ik gebeld door Jacob Schermers. Hij is de uitvinder van de solidariteitswandeling die na 7 oktober in Amersfoort iedere donderdagavond wordt gelopen van het stadhuis naar de Synagoge. Maar het is niet bij Amersfoort gebleven. Momenteel wordt er al op achttien plaatsen gelopen en ik probeer minstens een keer met iedere wandeling mee te lopen om de deelnemers te bemoedigen en om onze dankbaarheid te tonen.
Jacob belde mij naar aanleiding van de wandeling in Putten. In mijn dagboek had ik geschreven dat de vlag van Israël door het organiserend comité bijna onzichtbaar werd verwijderd. Ik weet zeker dat het organiserend comité Israël een warm hart toedraagt, maar om rellen te voorkomen ligt de nadruk op solidariteit met de Nederlandse Joden, en dus geen Israëlische vlag.
Ons gesprek leidde tot een soort opiniestuk van Jacob. En omdat Jacob (zijn voornaam) en Jacobs (mijn achternaam) maar een letter verschillen, houd ik verder mijn digitale pen, gun mezelf dus een dagje dagboekrust en geef graag het woord aan:
Jacob Schermers, initiatiefnemer Solidarity Walk!
“Gisterochtend belde ik met opperrabbijn Binyomin Jacobs, naar aanleiding van zijn recente column over de solidariteitswandeling. Ik had een vraag die opduikt in bijna elke stad waar Solidarity Walk begint: lopen we met Israëlische vlaggen?
Het is een echte vraag. Sommige deelnemers dragen die vlag met liefde. Anderen aarzelen, zeker in steden waar de wandeling net start. Sommigen vragen zich af of zo’n vlag niet juist extra aandacht (en risico) trekt.
Ik legde de rabbijn voor hoe wij erin staan. Wij lopen voor het Joodse volk en wij geloven dat het bestaan en bestaansrecht van de staat Israël Gods eeuwige wonder is. Wie een Israëlische vlag wil dragen, draagt die. Tegelijk stemmen we af met de politie en beginnen we in nieuwe steden bewust rustig, precies om te voorkomen dat de wandeling zelf het doelwit wordt. In de ene plaats is dat een grotere zorg dan in de andere. Zichtbaarheid en aanwezigheid zijn het doel, niet de confrontatie. De rabbijn hoorde het aan en vond het een begaanbare weg. Nuchter, zoals altijd.
Maar het echte antwoord op mijn vraag stond diezelfde week al in zijn dagboek. Hij had zich verslapen, schrijft hij. Het ochtendgebed thuis zat er niet meer in, dus bad hij op Schiphol. Midden in de drukte, met gebedsmantel en gebedsriemen, vijftig minuten lang. Bijna niemand zag hem staan. Behalve één Joods gezin dat op weg was naar Curaçao. Vlak voor hun vakantie hadden ze de mezoeza van hun buitendeur gehaald. Zo'n kokertje bevat de woorden uit Deuteronomium 6, te beginnen met: "Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!" Ze wilden niet met hun jodendom te koop lopen, vertelden ze hem. Geen antisemitisme uitlokken.
En toen zagen ze een rabbijn die gewoon stond te bidden tussen honderden reizigers. Na afloop raakten ze in gesprek. Hun besluit: na de vakantie gaat de mezoeza terug aan de deur. Zichtbaar.
Lees dat nog eens. In Nederland, in 2026, haalt een gezin de woorden van God van zijn deurpost omdat ze niet weten of dat nog veilig is. Dat is precies waarom wij soms aarzelen met vlaggen. Niet uit schaamte, maar om de veiligheid van alle deelnemers te waarborgen. En tegelijk is de les van de rabbijn glashelder: één zichtbaar mens kan een heel gezin helpen.
Kijk dan wat de rabbijn doet. Hij klaagt niet. Hij schrijft dat ieder obstakel "een beproeving, een valkuil of een kans" is. Hij hield geen betoog tegen dat gezin. Hij stond daar, zichtbaar, en deed wat hij elke ochtend doet. Dat bleek genoeg. Met zijn zichtbaarheid gaf hij een heel gezin zijn moed terug.
Het bleef niet bij die ene ontmoeting. In het vliegtuig daarna besloot zijn buurman, na jaren afwezigheid, dit jaar met Rosj Hasjana weer naar de synagoge te gaan. Gewoon omdat er een rabbijn naast hem zat die zijn jodendom niet verstopte.
En daar ligt misschien wel het antwoord op de vlaggenvraag. Niet in allerlei reglementen, maar in een oprechte houding. Zichtbaar zijn is op zichzelf geen provocatie. Elke keer dat iemand zichtbaar naast en achter het Joodse volk gaat staan, durft ergens anders iemand zijn mezoeza weer op te hangen. Of zijn keppel weer op te zetten.
Dat is precies ons verlangen bij Solidarity Walk: in zoveel mogelijk plaatsen in Nederland zichtbaar achter de Joodse gemeenschap staan. Elke week lopen we van stadhuis via kerk naar een synagoge of een andere plek die verband houdt met de Joodse gemeenschap. Stil, biddend, zichtbaar. Met vlag, zonder vlag, dat maakt niet het grote verschil. Want dat je er staat, dat maakt wel het verschil.
Voor christenen ligt hier een opdracht. Als onze Joodse landgenoten de woorden van God van hun deurpost halen, kunnen wij niet doen alsof dat hun probleem is. Jesaja schrijft: "Omwille van Sion zal ik niet zwijgen" (Jesaja 62:1). Wij kunnen die angst niet wegnemen. Wel kunnen we zorgen dat niemand van hen alleen staat.
De rabbijn eindigt zijn dagboek met een zin die blijft hangen: "overal liggen kansen." Op Schiphol lag er één, tussen honderden haastige reizigers. Hij pakte hem door gewoon te gaan staan.
Die kans ligt er in elke stad in Nederland, elke week weer. Met of zonder vlag. Kom een keer meelopen. Wie weet gaat ergens een mezoeza weer aan de deurpost, omdat jij zichtbaar was.”
17/08/2026
Dagboek 16 augustus 2026
Dit dagboek even niet over mijn dagbesteding, maar over Koen en Ira. Koen is een Belg (is niet zo erg, onze schoondochter Esty ook!) en zijn echtgenote Ira is een Oekraïense. Ze wonen in Vinnytsia – Вінниця, in het zuidwesten van Oekraïne.
Koen Carlier is de gedelegeerde van (mijn) Christenen voor Israël in Oekraïne, werkt er al 28 jaar en heeft tienduizenden Oekraïense olim mogen begeleiden naar Israël. Van 1994 tot 2000 was hij vrijwillige buschauffeur en daarna kwam hij echt in dienst van Christenen voor Israël, maar wel met een betaling die meer symbolisch is dan passend bij de zware functie. Ik noem het symbolisch omdat het niet veel voorstelt, zeker niet in verhouding tot het 24/7-dienstverband, de 24/7 assistentie van Ira en het gevarengeld waarop ze waarschijnlijk ook 24/7 recht hebben en dat, voor zover ik weet, niet extra wordt betaald.
Hij en zij mogen dan weliswaar een koopje zijn in verhouding tot hun daadwerkelijke aardse inzet, na dit aardse bestaan, na 120 jaar, zullen ze naar mijn volle overtuiging in de Hoge Werelden een toppensioen ontvangen.
Maar we doen alle hulptroepen tekort als we alleen Koen vermelden. Want Koen en Ira hadden nooit zoveel kunnen bereiken zonder de acht medewerkers in dienst en de meer dan twintig vrijwilligers.
Duizenden en duizenden voedselpakketten werden en worden verspreid. Ieder pakket is door de Oekraïne-ploeg met liefde en zorg ingepakt en als alles klaar is, verschijnen de busjes op weg naar alle steden en dorpen waar Joden dan naar sjoel komen om de pakketten, die een substantiële waarde vertegenwoordigen, op te halen.
Alina, mijn vaste tolkin (vrouwelijke tolk), heeft ook iets aan het digitale papier toevertrouwd:
“Deze week reisde ik voor een aantal dagen af naar Tsjernivtsi, een stad in het zuidwesten van Oekraïne. Daar hielden we een bijeenkomst in de synagoge voor Joodse ouderen. Degenen die slecht ter been waren of vanwege andere gezondheidsproblemen niet naar de synagoge konden komen, bezocht ik thuis. Het waren waardevolle ontmoetingen.
De voorbereidingen en organisatie van deze reis waren een voorbeeld van een vruchtbare en mooie samenwerking tussen de Joodse gemeenschap en christenen. Alles was tot in de puntjes verzorgd door de plaatselijke rabbijn en zijn assistente. Zij zijn van onschatbare waarde voor ons en uiteraard ook voor de Joodse gemeenschap in deze stad. Het maakt ons werk gemakkelijker, omdat we weten dat de Joodse ouderen in Tsjernivtsi, ook als we vaak niet fysiek aanwezig kunnen zijn, toch in liefdevolle en zorgzame rabbinale handen zijn.
Woensdag legde ik samen met de assistente van de rabbijn tien huisbezoeken af bij Joodse ouderen die niet meer in staat zijn om bijeenkomsten bij te wonen. Elk bezoek was gevuld met vreugde en dankbaarheid. De Joodse ouderen waren ontroerd door ons bezoek. Ook zij hebben te maken met ziekte, zorgen, angsten en eenzaamheid. Dankzij de steun die zij vanuit de Joodse gemeenschap en onze organisatie ontvangen, voelen zij zich gezien en gesteund. Toen we afscheid namen, zei iedereen hoopvol: Tot ziens!”
Tot het uitbreken van de huidige oorlog met Rusland vormden de kuilen in de wegen het voornaamste obstakel in de strijd voor het behoud van het Jodendom en Joden. Wegen die wij in ons Nederland niet eens zouden betitelen als wegen, maar gewoon greppels zouden noemen. Greppels die soms wel meters diep zijn. Allen uitstappen en duwen, heb ik vele malen mogen beleven! Beleven, want het op weg zijn om letterlijk levens te redden, laat je niet los, sterkt je in de opdracht die je kennelijk hebt in je aardse bestaan: om armoede te bestrijden, geestelijke bijstand te verlenen en vaak levens te redden.
Hoe ben ik, als fatsoenlijke Joodse jongen, bij deze christenen beland? En waarom gaat Blouma ook mee? Snoepreisje?
De CvI, zoals ze worden afgekort in het Nederlands, of C4I in het Engels, had moeite met de rabbijnen. De lokale rabbijnen hadden schrijnende hulp nodig, maar vertrouwden die Nederlandse christenen van geen kant. Christenen staan voor zending en daar hebben de Joden, zelfs als de nood zeer hoog is, geen enkele behoefte aan.
Maar Koen kon ook niets zonder de lokale rabbijnen, die hij nodig had om te weten waar de Joden zijn die hulp nodig hebben en wellicht naar Israël wilden verhuizen, naar het Beloofde Land, weg van het antisemitisme dat in Oekraïne rijkelijk aanwezig was. De honderden massagraven verspreid over heel Oekraïne zijn hiervan de schrijnende, dodelijk stille getuigen.
In het voorjaar van 2016, dus iets meer dan tien jaar geleden, moest ik van Roger van Oordt, het Oekraïense thuisfront van Koen, samen met hem mee naar Oekraïne om als koppelaar de huwelijken tussen de lokale rabbijn en de Koen-ploeg te regelen. Jaarlijks komen we bijeen om deze bruiloft te vieren.
Maar omdat CvI niet kan helpen met uitsluitend gebed, moest er ook pecunia worden aangereikt. En dus mocht en moest ik, ook weer onder auspiciën van mijn vriend Roger, eens per jaar mee om financieel draagkrachtige Nederlandse zakenlui te tonen waarheen hun bijdragen gingen, gaan en vooral zullen gaan.
Ook Blouma was inmiddels, op aandringen van haar vriendin Ira, aangeschoven. De rabbijnen wonen in een aanzienlijk grote religieloze woestijn en eenzaamheid dient zich vaak aan als een uitzichtloos probleem. En dus, terwijl ik de goegemeente toespreek met Alina als mijn tolkin, is Blouma meestal met de lokale rabbanit in gesprek om als oudere rabbanit de veel jongere collega een luisterend en bemoedigend oor te verlenen.
En terwijl ik dit dagboek schrijf vanuit een veilige en van airco voorziene woonkamer, komt er net een WhatsApp binnen van Koen, die met een van zijn busjes en achttien olim onderweg is naar Kishinev, Moldavië, waar het Joods Agentschap in hechte samenwerking met het Consulaat van Israël de verdere reis naar het Beloofde Land verzorgt.
Maar tot Kishinev is de kans op vernietigende drones en raketten steeds aanwezig. En ook bij Koen en Ira thuis is de dagelijkse dreiging constant. Maar Koen, Ira, Alina en de vele andere rechtvaardigen onder de volkeren blijven op hun posten om ons te redden.
Wat zijn Blouma en ik dankbaar dat wij een klein schakeltje mogen zijn in deze gigantische, stille, grote en grootse reddingsoperatie.
Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en overleeft.
Mede dankzij Koen en zijn ploeg. En met dank aan hun kinderen die, vanwege het gevaar in Oekraïne, al jaren bij opa en oma wonen in België. Want het is onverantwoord om de kinderen thuis te houden in Вінниця.
13/08/2026
Dagboek van de opperrabbijn, 12 augustus 2026
Als iemand ziek is, moet de ziekte bestreden worden om weer op gezonde wijze te kunnen (blijven) functioneren. Hoe pakken we dit aan? Allereerst moet er een diagnose worden gesteld, daarna een passende medicatie worden gevonden om uiteindelijk, met G’ds hulp, van de ziekte bevrijd te worden.
Maar er is nog een actie nodig. Juist een zieke moet goed eten om het gezonde deel van zijn gesteldheid extra kracht te geven om zo, samen met de specifieke medicatie/behandeling, het zwakke punt in zijn lichaam te bestrijden en waar mogelijk geheel uit te schakelen.
Wat geldt voor het lichaam, geldt ook voor de geest. In de maand Elloel zijn we begonnen om dagelijks op de sjofar te blazen: word wakker! En als we dan wakker zijn geschud, denken we aan de overtredingen die we hebben gedaan ten opzichte van de Eeuwige en ten opzichte van de medemens. Waar zijn we de mist ingegaan en waar hadden we iets goeds kunnen doen, maar van de gelegenheid geen gebruik gemaakt?
Tesjoewa heet zoiets: tot inkeer komen, berouw hebben, terugkeren naar de weg die we hadden moeten bewandelen, die mijn GPS, gebaseerd op Thora en Traditie, zorgvuldig had aangegeven. Tesjoewa is vergelijkbaar met een medicijn! Maar enkel een medicijn werkt niet. Er moet ook bij ons gezonde voeding binnenkomen: extra goede daden, mitswoth. Het zieke deel van het lichaam heeft die ondersteuning hard nodig, fysiek en geestelijk.
Naar die geestelijke bijvoeding moeten we op zoek gaan. Maar gelijk de valkuilen ongevraagd op onze weg komen en we vaak de beproevingen ongevraagd zien verschijnen, zo ook komen we de onvoorziene extraatjes tegen.
Gisteren bijvoorbeeld, ik had me verslapen. Gebeurt niet vaak en eigenlijk bijna nooit, maar gisteren dus wel. Teruggekomen uit Algarve-Faro-Portugal dook ik maandagavond uitgeput mijn bed in om half een ’s nachts. Het woordje ‘duiken’ is eigenlijk op deze plek onjuist, want ik was veel en veel te vermoeid om een duik in mijn bed te nemen. Een betere omschrijving is dat ik mijn bed instrompelde, zo vermoeid was ik na vier dagen snikhete Algarve-strand-dagen die niet alleen warm waren vanwege de zon, maar ook vanwege de problematiek, de ruzies dus, die ik mocht oplossen.
‘Mocht oplossen’, ja, ik ‘mocht oplossen’, want zo zit het leven in elkaar. Al lopend op deze aardbol komt er van alles en nog wat op je weg en ieder obstakel is een beproeving, een valkuil of een kans.
Een mooi voorbeeld: doordat ik maandagavond bekaf in slaap was gevallen en nadat ik mijn wekker op zes uur dinsdagochtend had ingesteld, werd ik pas om zeven uur wakker. Zeven uur was knap laat, want om uiterlijk acht uur moest ik op Schiphol zijn om mijn vliegtuig naar Chisinau (RMO) via Wenen te halen. En dus kon ik niet meer thuis het ochtendgebed uitspreken met talliet, gebedsmantel, en tefillin, gebedsriemen, maar verplaatste ik het ochtendritueel, dat ongeveer vijftig minuten duurt, naar een propvol Schiphol. Omdat het zo propvol was, kreeg ik helemaal geen bekijks. Alle reizigers waren kennelijk dusdanig met zichzelf bezig om zich een weg tussen de meute door te banen, dat ze een Jood gehuld in een talliet, met tefillin op zijn hoofd en met een gebedenboek in z’n handen, niet meer bemerkten. En daar stond ik dan, moederziel alleen, tussen de bewegende niet-Joodse massa. Niemand besteedde aandacht aan me, geen enkeling zag me staan, behalve een ietwat Joods uitziende man. Om een lang dagboekverhaal kort te houden: hij, zijn echtgenote en hun zoon waren op weg naar Curaçao, ze waren Joods en voelden zich duidelijk opgewarmd door mij te zien dawenen, tussen honderden niet-Joden. Na afloop van mijn ochtendgebed ontstond er een gesprek, uiteraard over Jodendom en over mijn ‘moed’ om ongegeneerd tussen al die niet-Joodse reizigers met mijn Jood-zijn ‘te koop’ te lopen. Het toeval wilde dat zij juist net voor hun vakantie de mezoezot (meervoud van mezoeza) van hun woning hadden verwijderd omdat ze, naar hun zeggen, niet met hun Jodendom te koop wilden lopen en geen antisemitisme wilden uitlokken. Maar na de confrontatie met mij in vol Joods ornaat te midden van honderden niet-Joden, hadden ze spijt van hun mezoeza-verwijdering en zullen ze, meteen na hun vakantie, juist de duidelijk zichtbare mezoezot aan al hun deurposten terugbrengen.
In het vliegtuig tussen Wenen en Chisinau (RMO) kwam ik naast een ietwat oudere man te zitten. Hij woonde in Florida en was op weg naar zijn geboorteland Oekraïne om daar naar de tandarts te gaan voor een of andere behandeling die in zijn huidige vaderland enige duizenden euro’s kostte, maar in Oekraïne verhoudingsgewijs bijna gratis was. Het ticket had hem $1300 gekost, maar dat ticket maakte het nog steeds meer dan de moeite waard om de USA-tandarts te vervangen voor een Oekraïense specialist vanwege de verschillende prijskaartjes. En, na het tandartsverhaal geduldig te hebben aangehoord, vertrouwde hij mij toe ook Joods te zijn, liet een foto van zijn typisch Joods-ogende moeder zien en beloofde mij spontaan toe om dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kippoer wel naar sjoel te gaan, nadat ik hem een Sjana Towa had toegewenst. Kennelijk had hij dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kippoer buiten de sjoel willen doorbrengen, maar had mijn buurmanschap hem tot andere en betere gedachten gebracht.
Alles komt van Boven en overal liggen kansen.
‘Welcome. We are honored to have you join us for this special occasion. Official inauguration of Rabbi Menachem Mendel Axelrod as chief rabbi of the republic of Moldova.’ Voor die inauguratie was ik gisteren naar Chisinau (RMO) gevlogen, zodat ik vanmiddag aanwezig kon zijn bij de officiële benoeming van mijn verse en veel jongere collega rabbijn Axelrod tot opperrabbijn. Overigens was ik niet de enige aanwezige opperrabbijn. Rabbijn Kalman Bar, de opperrabbijn van Israël, behoorde tot de geëerde gasten. Rabbijn Rafael Shaffer, de opperrabbijn van Roemenië. Rabbijn Menachem Mendel Nachson, opperrabbijn van Nof Hagalil. En naast nog een aantal geëerde rabbijnen en bestuurders van Europese Joodse Gemeenten, waren er ook vele Moldavische hoogwaardigheidsbekleders.
Hoewel ik vanaf het vliegtuig naar het Radisson Hotel en de hele dinsdag en woensdag een vipbehandeling kreeg, behoorde ik niet tot de sprekers bij de inauguratieceremonie. Mijn taak beperkte zich tot decorum. Bij de lunch, na afloop van de inauguratie, werd er wel van mij verwacht om de verse jonge collega toe te spreken, zo las ik op de uitnodiging.
Waarover ik heb gesproken? Omdat ik de duizend woorden, die mijn dagboeken per keer in beslag nemen, reeds heb bereikt, zal ik mij hier beperken tot een korte samenvatting. Wat verandert er voor de Moldavische rabbijn? Salarisverhoging? Een groter kantoor? Extra taken? Het antwoord is: neen! En toch is die titel van wezenlijk belang, want met de titel wordt er anders tegen je aangekeken, vanuit de Joodse gemeenschap en vanuit de lokale en nationale overheden. Ja, er zal dus vaker en fellere kritiek komen. Jezelf even terugtrekken, korte tijd vakantie, zit er niet meer in. Maar desondanks kan een opperrabbijn door de titelverhoging meer bereiken dan voorheen, want ieder woord dat hij uitspreekt krijgt door de toevoeging ‘opper’ een zwaarwegendere betekenis.
Het woord van de opperrabbijn wordt al snel verheven tot een Woord!
10/08/2026
Dagboek van de opperrabbijn
9 augustus 2026
Het is inmiddels zondagavond en ik zit op onze kamer van Noah Kosher Accommodation Algarve. Maar laat ik eerst even bijpraten/bijschrijven hoe ik de laatste dagen tot nu toe heb doorgebracht.
Donderdagavond was de Solidariteitswandeling in Putten. De organisatie verwachtte geen grote opkomst, gezien de vakantieperiode, en hoeveel deelnemers die pro-Israël zijn kan Putten überhaupt aandragen? Dat er meer dan honderd deelnemers waren, was dan ook een grote verrassing voor de organisatie, maar ook voor mij en al helemaal voor de journaliste uit Israël die was meegekomen om voor een orthodox Joods damesmagazine een artikel te schrijven over Nederland. In principe had zij over mijn Blouma een verhaal willen schrijven, maar Blouma had haar Putten aangeraden.
Uiteraard hebben we haar aangegeven dat de solidariteitswandeling de Nederlandse Joden betreft en niet over Israël gaat, want dat mag natuurlijk niet in ons zo chaotische niet-antisemitische landje vanwege genocide... Dat het inderdaad officieel niet over Israël ging, werd zichtbaar toen een aantal deelnemers zich wilden hullen in de vlag van Israël. Nog voor ze gezien zouden kunnen worden, werd hun vriendelijk verzocht om al wat riekt naar Netanyahu, en dat geldt natuurlijk voor de vlag van Israël, geruisloos te verwijderen. Het is natuurlijk goed dat hierop gelet is, maar in feite van de zotten dat openlijk voor Israël opkomen in ons Nederlandse tolerante landje niet meer mogelijk is, terwijl vlaggen van allerlei andere landen (en zelfs van landen die niet bestaan) overal, dag en nacht, hun agressieve boodschap luidkeels blijven en mogen verkondigen!
Na thuiskomst tegen tienen ben ik donderdag mijn bed ingedoken, want om twee uur in de vroege ochtend van inmiddels vrijdag zou de taxi voor de deur staan om ons naar Schiphol te rijden, waar we om 5:05 uur zouden vliegen naar Faro. We werden keurig om 7:15 uur afgehaald en gebracht naar onze bestemming: de Jewish Community of the Algarve, een soort Bourtange, maar dan in Portugal, Joods, zonder ophaalbrug en niet omringd door water, maar door zand. Mocht u het Portugese Bourtange willen zien: www.jewishalgarve.org.
Aldaar aangekomen werden we hartelijk in het Nederlands begroet door de Joodse eigenaar/directeur en naar onze kamer gebracht. Om 9:00 uur begon de sjoeldienst in de lokale tent-synagoge, gevolgd door ontbijt in het koosjere restaurant. En toen: aan het werk! Er dreigde in Joods Algarve een knallende ruzie te ontstaan en mijn taak was het om te voorkomen dat die dreiging zou ontaarden in een onnodige en onherstelbare onenigheid. En dus meteen bespreking na bespreking, goed begrijpen waar de kous wringt en wie precies de partijen zijn en waarom. Gelijk bij een ziekte een juiste diagnose voorwaarde is voor een genezing, zo ook moest ik eerst goed begrijpen waarover precies de discussie/spanning gaat en vooral moest ik snappen wie de echte partijen zijn. Maar omdat ik stiekem toch ook wel even vakantie wilde vieren, zijn we de overleggen om vier uur gestopt en hebben we een wandeling gemaakt in een snikhete haven vol toeristenboten, souvenirwinkels en niet-koosjere eetgelegenheden.
En toen: sjabbat! Meer dan honderd Joodse toeristen doken op om na de dienst in de sjoel zingend en etend de sjabbat te vieren. Toeristen uit Frankrijk, de USA, Engeland, Italië, Israël en wij dus uit Nederland. De rest van onze sjabbat was een en al sjoeldiensten, kletsen (niet in sjoel!), Joodse warmte van meer dan 36 graden en afkoeling in onze kamer, voorzien van een weldadige, voor sjabbat ingestelde airco.
Uitgaande sjabbat gingen de besprekingen verder, kwamen enige betrokkenen van elders aangereden en dook ik zondagochtend om half vier mijn bed weer in. Verrijkt door een bijzondere sjabbat en inmiddels ook met een beginnend beeld van de vete en dus ook van een beginnende genezing.
Aangekomen op vrijdag, nog geen minuut uit het vliegtuig, had ik het droeve nieuws uit Amersfoort en uit Enschede vernomen. Twee goede bekenden overleden. Wat moest ik doen? Terugvliegen? Pas maandag had ik onze terugvlucht geboekt. Vrijdag terugvliegen was onmogelijk vanwege sjabbat. Maar misschien zondag? Ik wilde enerzijds in Nederland zijn, maar ik was hier niet voor niets gekomen en er werd op mijn conflictoplossing gerekend. We waren dus gebleven, de beide lewajot-begrafenissen hebben inmiddels plaatsgevonden, ik zit nu mijn schuldgevoel te verwerken en ontvang op mijn laptop als geroepen de volgende e-mail:
“Geachte rabbijn Jacobs,
Wij willen u graag hartelijk bedanken voor alle hulp en inzet die u heeft geboden afgelopen vrijdag, uitgaande sjabbat en bijna de gehele zondag bij het oplossen van de diverse dringende problemen binnen onze Kehilla.
Wij hebben u hiervoor speciaal ingevlogen en beseffen dat dit ongetwijfeld invloed heeft gehad op uw Nederlandse agenda. Juist daarom waarderen wij des te meer dat u de tijd heeft genomen om ons bij te staan, mee te denken en uw ervaring en wijsheid in te zetten om te pogen onze problemen op te lossen.
Uw betrokkenheid en bereidheid om ons te helpen hebben allen, in dezen zelfs eensgezind, bijzonder gewaardeerd. Wij hopen dat we ook in de toekomst op uw raad en betrokkenheid mogen rekenen.
Met waardering en dank,
Ido Yitshaik
Jewish Community of the Algarve
www.jewishalgarve.org
www.kosheralgarve.com”
En dus voel ik me weliswaar minder schuldig, maar de schok is en blijft voorlopig, want beide sterfgevallen waren meer dan goede bekenden en bij beiden blijven de echtgenotes na decennialange gelukkige huwelijksjaren alleen achter. G.Z.D. zijn er kinderen en kleinkinderen, maar toch…
Met Ido Yitshaik spreek ik Nederlands! Hij is de stichter van het Joodse communitybouwwerk Noah. Hoezo Nederlands? Hij komt uit Arnhem! Woont reeds vele jaren elders, maar afkomst valt niet te verloochenen. En terwijl zijn eigen Nederlandse verleden bijna is verdwenen en zijn Joodse Gemeente Arnhem heel klein is geworden, is er vanuit Arnhem dus hier in het Zandvoort van Portugal een heuse Joodse kolonie ontstaan, dankzij Arnhem.
Ik ga naar bed, want dadelijk sjachariet, de ochtenddienst, daarna een snel ontbijt, hopelijk de inmiddels bijna opgeloste vete afronden en dan om twaalf uur richting vliegveld Faro om daarna om 18:25 uur weer voet op Nederlandse bodem te mogen zetten. Voor nu: tot dan!
06/08/2026
Dagboek van de opperrabbijn 6 augustus 2026
Eigenlijk had ik dit dagboek willen overslaan onder het mom van “Wegens vakantie gesloten”. Maar helaas ben ik bang dat ik dan vergeet wat ik nu weer heb beleefd, want ik heb weer van alles en nog wat meegemaakt. Een goede jeugdvriend van mij, W***y Krakauer, is plotseling overleden. Een grote Talmied Chacham, geleerde, die het verstond om een briljante docent te zijn en de meest ingewikkelde passages uit de Talmoed ook aan ongeletterden over te brengen. Mijn gedachten gaan terug naar mijn gymnasiumperiode en mijn studietijd aan de École Rabbinique de Paris. Als het vakantie was en ik in Nederland was, en W***y ook, dan lernden we iedere vrije minuut!
Terug naar vandaag: ik zal niet ophouden om te waarschuwen voor de dreiging van buitenaf, terrorisme, voor het gevaar van binnenuit, assimilatie, en sinds enige tijd voor het gevaar van penetratie. Mensen doen zich voor als jood en proberen zo binnen te komen. Wat ze ‘binnen’ willen doen, weten we niet, maar het zal verre van koosjer zijn. Met zo’n geval had ik de afgelopen week te maken. Iemand, een man van middelbare leeftijd met een juridische achtergrond, komt vanuit het buitenland naar ons land en stelt zich binnen de Joodse gemeenschap zeer zichtbaar en strijdvaardig op en schreeuwt van de daken dat zijn missie het bestrijden van antisemitisme en antizionisme is. Aanvankelijk binnengekomen via een door JMW georganiseerde laagdrempelige koffieochtend, is hij er inmiddels in geslaagd om zo’n beetje overal waar Joodse advocaten zichtbaar zijn, vooraan te staan, zelfs op de Israëlische ambassade. Hij meldt zich nu aan als lid van een Joodse gemeente en dus stuurt het secretariaat van de onderhavige NIG hem naar mij voor mijn goedkeuring. Bij ons belandt de aanvraag bij de afdeling ‘rabbinale detective’. U lacht? Niet terecht, want soms voel ik me meer detective dan rabbijn. Voor de goede orde: de meeste aanvragers van een lidmaatschap of van enkel een Rabbinale Verklaring worden lid en ontvangen gewoon een Rabbinale Verklaring, maar als er sprake is van ‘vreemd gedrag’, dan komt de afdeling rabbinale detective in actie. Hoe dat precies werkt? Dat kan ik eigenlijk niet uitleggen, maar zoals een goede antiquair van een afstand kan herkennen of er sprake is van een vervalsing of iets echts, zo zit ik ook een beetje in elkaar. Van een afstand ruik ik oprechtheid of oplichting. Vanaf deze plek: wees alert. Kwaadwillige penetratie is geen zeldzaamheid. Zoals er tussen vluchtelingen echte vluchtelingen zijn, maar ook terroristen die verkleed als vluchteling proberen binnen te komen, zo gaat het ook met aanmeldingen binnen de Joodse gemeenschap. Laat je niet leiden door medelijden, door behoefte aan nieuwe leden, door de noodzaak om tien man te hebben voor het minjan. Hoe voel ik of iemand oprecht is of een potentieel gevaar? Heel goed luisteren, tegenstrijdigheden opsporen, gelaatsuitdrukkingen vertalen. Wat onze advocaat betreft: te veel van zijn opgevoerde zogenaamde vrienden wisten niet dat hij hun vriendje was. In zijn Rabbinale Verklaring uit Zuid-Afrika zaten te veel taalfouten in het Hebreeuws. De (zogenaamde) rabbijn die had ondertekend, was, toen ik hem door een lokale collega liet bellen, hoorbaar geïrriteerd dat ik hem niet blindelings vertrouwde. De advocaat zelf kon nooit met ja of nee antwoorden, maar uitsluitend met ellenlange e-mails of langdurige telefoongesprekken. Om een vierdaags verhaal kort te houden: de onderhavige zogenaamde rabbijn bleek niet te bestaan, de advocaat bleek geen advocaat te zijn, zijn vrienden bleken slechts oppervlakkige kennissen en de rabbinale verklaring bleek geen vervalsing, maar een originele verklaring van een ervaren oplichter. Vandaag zal ik de diverse betrokkenen waarschuwen. En bij dezen bied ik ook mijn verontschuldigingen aan aan allen die wel degelijk Joods waren/zijn, maar in eerste instantie door Jacobs-detective niet met open armen werden verwelkomd binnen de Joodse gemeenschap.
In de beginjaren van mijn rabbinale loopbaantje had ik veel contact met overlevenden van de Shoah, speciaal natuurlijk vanwege mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum. Die overlevenden bestaan niet meer. Ze zijn bijna allemaal overleden en hebben een graf gekregen. Hun heengaan was uiteraard verdrietig, maar wel natuurlijk. We zijn maar tijdelijk op deze aarde. Zij werden op natuurlijke wijze geboren en mochten ook een natuurlijke dood sterven.
De aandacht die ik aan deze groep mede-Joden mocht besteden, geef ik nu aan ouderen en jongeren die zich ernstige zorgen maken over het huidige anti-Joodse klimaat en mij dan bellen voor advies of steun en vaak alleen maar voor een begripvol luisterend oor.
Een oudere, intelligente vrouw aan de lijn. Ze heeft een advies dat ze met mij wil delen. Zelf behoort ze tot de generatie die is opgegroeid in de schaduw van de oorlog, de Holocaust. Waar zij woont, heeft ze helemaal geen last van antisemitisme. Niemand weet dat ze Joods is, ze heeft geen typisch Joodse naam, geen typisch Joods uiterlijk en vrijwel geen Joodse kennissen. Naar de synagoge gaat ze niet, dus ook daar kan ze niet betrapt worden. Waarom, zo vraagt ze, wordt er geen groep Joodse wetenschappers gevormd die de wereld vertelt welk een enorme bijdrage Joden door de eeuwen heen aan de brede samenleving hebben geleverd? Op het gebied van techniek, medische wetenschap en de farmaceutische industrie. Deze goedwillende Joodse dame, die een politieke carrière op lokaal gebied achter de rug heeft, is kennelijk niet zo goed op de hoogte van hoe diep het venijn van het antisemitisme onze beschaafde Nederlandse samenleving is binnengedrongen en is ernstig bezorgd over de toekomst van haar kinderen en nog meer over die van haar kleinkinderen. ‘Mijn tijd zal het nog wel uitzingen, maar mijn dochter en haar man en mijn vier kleinkinderen…’ En dus is het aan mij om haar te steunen, want daarvoor belt ze me. Waarom is ze nu bezorgd en belde ze niet eerder? Haar dochter is verpleegster in een ziekenhuis en hoorde van een arts-specialist, ook Joods, dat een bepaald medicijn dat voor een bepaalde patiënt genezing zou kunnen betekenen, niet mocht worden aangeschaft omdat het “made in Israel” was…
Ik moet nu stoppen met het schrijven in mijn dagboek. Dadelijk heb ik een afspraak bij de huisarts om mijn oren te laten doorspuiten, hoewel het wellicht gezonder is als ik af en toe wat minder hoor. Daarna een (ernstig) ziekenbezoek, een gesprek met een journaliste uit Israël die mij wil interviewen, dan naar Putten (met een n) voor een solidariteitswandeling en vervolgens naar Portugal voor een paar dagen. Vakantie? Hopelijk ook een beetje, maar de lokale Joodse gemeente en haar rabbijn zitten gezamenlijk in hun maag met twee inwoners die beiden wel of niet net zo Joods zijn als mijn advocaat. Dus mag rabbinaal detective Jacobs in actie komen. Ach, denk ik dan, zo zie ik nog eens wat van de wereld…
Klik hier om uitgelicht te worden.
Contact de plaats van aanbidding
Telefoon
Website
Adres
Amsterdam
1008AD
Openingstijden
| Maandag | 09:00 - 13:00 |
| Dinsdag | 09:00 - 13:00 |
| Woensdag | 09:00 - 13:00 |
| Donderdag | 09:00 - 13:00 |
| Vrijdag | 09:00 - 13:00 |